Social media

Zoeken

Column: Toch mis ik iets

28 november 2017

Mijn zoon is sinds een jaar buurtsportcoach bij één van de Friese gemeenten en doet dat met heel veel plezier. We hebben het wel eens over zijn werk en de uitdagingen die hij tegenkomt. Ik moet dan denken aan dik 25 jaar geleden toen ik jongerenwerker was op het platteland in de provincies Fryslân en Groningen. En zie dat de aanpak van toen en nu niet zoveel van elkaar verschilt. Contact maken en contact houden was en is één van de voorwaarden voor dit werk.

Als mijn zoon met jongeren werkt, begint hij met een bal. Als hij de bal naar de jongeren trapt dan komt ‘ie altijd terug. Zo begint het. Langzaam maakt hij dan contact door op vaste tijden terug te komen en even een balletje te trappen, een gesprek aan te gaan en uit te zoeken of deze jongeren niet méér willen dan rondhangen. Zo kan dat eerste balletje leiden tot een voetbaltoernooi en soms helpen deze jongeren ook met de organisatie van hun eigen toernooi. Ik werd wel blij van het verhaal dat mijn zoon vertelde. ,,Opbouwwerk, dát is wat jij doet. En dat hebben we juist nu nodig in onze samenleving’’, stelde ik. ,,O’’, zei hij.

In 2015 veranderde er veel voor Nederlandse gemeenten. De gemeenten kregen binnen het Sociaal Domein de regie en formeerden gebiedsteams (elders in het land vaak ‘sociale wijkteams’ genoemd) die de link werden tussen de inwoners en zorg, jeugdhulp en werk. De gebiedsteams zouden de ogen en oren worden middenin de dorpen, wijken en buurten. Er werd keihard gewerkt aan deze transformatie. Nu, bijna drie jaar later, staan de meeste gebiedsteams er wel. Toch mis ik iets.

De gebiedsteams hebben de afgelopen twee jaar de handen vol gehad aan nieuwe indiceringen, her-indiceringen, vraagstukken rond privacy, dossiervorming, contacten met heel veel organisaties, wisselingen in personeel, noem maar op. Druk, druk, druk. Zó druk misschien wel dat het preventieve werk wat uit beeld is. En dat moet nu juist niet. Juist het preventieve werk, het versterken van de sociale samenhang, het verstevigen van de netwerken en het tijdig signaleren is zo belangrijk. Dat zouden we toch doen?

Ik mis dat opbouwwerk, dat werken aan het verbeteren van veerkracht en leefbaarheid in dorpen en wijken. Natuurlijk, er komen allerlei professionals in de dorpen en wijken. Ik zie  dorpscoördinatoren, ik zie leefbaarheidscoördinatoren van corporaties, ik zie buurtsportcoaches, ik zie burgerinitiatieven. Maar werken die ook samen? Is er iemand met overzicht? Ik ben bang van niet. Terwijl dát nu juist de uitdaging is. Het verbinden van al die partijen, is dat nou juist niet iets voor de gebiedsteams?

Sjoerd IJdema, consultant Partoer

Ander nieuws